
Gerelateerd: Apparaat koppelt niet met Wi-Fi • 2.4 vs 5 GHz • Beginnen met smart home
Wi-Fi verbeteren voor smart home: 10 tips voor een stabiel slim huis
Lampen die offline gaan, camera’s die haperen of apps die blijven laden? In veel gevallen is je Wi-Fi de echte boosdoener. Met deze gids maak je jouw netwerk echt smart-home-proof.
Veel smart home “problemen” zijn eigenlijk Wi-Fi problemen. Lampen die offline gaan, speakers met vertraging en deurbellen die soms niet reageren komen vaak door instabiel bereik of router-instellingen die niet goed werken met IoT-apparaten.
10 tips om je Wi-Fi smart-home-proof te maken
1) Zet smart home apparaten zoveel mogelijk op 2.4 GHz
2.4 GHz reikt verder en gaat beter door muren. Gebruik 5 GHz vooral voor telefoons, laptops en tv’s.
2) Plaats je router slimmer
Zet je router centraal, vrij en op hoogte. Vermijd kasten, metaal en plekken achter de tv.
3) Split 2.4 GHz en 5 GHz als apparaten vaak offline gaan
Eén SSID voor beide banden is handig, maar sommige IoT-apparaten raken in de war. Maak desnoods twee netwerken: …-2G en …-5G.
4) Gebruik WPA2 (of WPA2/WPA3 mixed)
Veel smart home apparatuur ondersteunt geen WPA3-only. Kies WPA2 of een mixed modus op je IoT-netwerk.
5) Kies een vast 2.4 GHz kanaal (1, 6 of 11)
Zet kanaalkeuze liever vast op 1, 6 of 11 om overlap en instabiliteit te voorkomen.
6) Schakel agressieve “optimalisaties” uit bij IoT-problemen
Denk aan Airtime Fairness, Smart Connect/Band Steering, 802.11r fast roaming of “AX only”. Deze kunnen vooral slimme lampen, stekkers en sensoren verstoren.
7) Geef belangrijke apparaten een vast IP (DHCP-reservering)
Geef vaste IP’s aan hubs (Homey, Hue Bridge, Home Assistant), camera’s en deurbellen. Dat voorkomt verbindingsproblemen en maakt troubleshooting makkelijker.
8) Overweeg mesh als je dode hoeken hebt
Mesh is meestal beter dan een losse extender: stabieler roaming, minder gedoe en betere dekking.
9) Gebruik kabel waar het kan (backhaul)
Bekabel je hubs, tv’s en mesh-backhaul waar mogelijk. Dat verlaagt Wi-Fi belasting en verhoogt stabiliteit.
10) Maak een apart IoT-netwerk (optioneel)
Zet IoT-apparaten op één 2.4 GHz netwerk en je “normale” apparaten op een ander netwerk. Dat geeft overzicht en vaak extra stabiliteit.
Een stabiel netwerk is extra belangrijk als je slimme apparaten gebruikt om energie te besparen. Slimme thermostaten, radiatorknoppen en stekkers werken alleen goed als ze betrouwbaar verbonden zijn. Zo bespaar je energie met een smart home.
Snelle checklist
- Smart home op 2.4 GHz
- Router centraal en vrij geplaatst
- 2.4/5 GHz gesplitst bij koppelproblemen
- WPA2 of WPA2/WPA3 mixed
- Kanaal 1/6/11 vast op 2.4 GHz
- Band steering/fast roaming getest of uit
- Vaste IP’s voor hubs en camera’s
- Mesh of access points bij dode hoeken
- Kabel/backhaul waar mogelijk
- Optioneel: apart IoT-netwerk
Blijven apparaten offline? Dan is het bijna altijd één van deze drie: bereik, 2.4/5 GHz of beveiliging (WPA3). Begin met de simpele fixes en breid daarna uit met mesh of access points.